¡Meer MAS!

door Popko Wiersma

© Raymon Melchers

01-apr-2021 Dat het Meetnet Agrarische Soorten (MAS) belangrijk is voor het volgen van akkervogelpopulaties is bekend, en in 2021 konden we dat in diverse projecten handen en voeten geven. Wij tellen nu in opdracht van de provincies Groningen, Drenthe, Flevoland en Noord-Holland, en doen daar zelf nog een flinke schep bovenop met extra tellingen in deze en andere provincies, zoals Zuid-Holland en Friesland.

Voor de analyses die we doen gebruiken we ook alle tellingen van vrijwilligers; dit levert een schat aan extra gegevens op die voor de analyses een grote meerwaarde hebben. Nu de telreeksen steeds langer worden kunnen we ook steeds meer analyses doen die inzicht geven in de ontwikkeling van akkervogelpopulaties en effecten van agrarisch natuurbeheer. Zo werd voor de provincie Flevoland het effect van beheerclusters geanalyseerd en is net het rapport over elf jaar MAS Flevoland af, met daarin verspreidingskaarten en trends van de algemene akkervogels.

Trend van de geelgors in het Oldambt (Oost-Groningen) binnen en buiten het leefgebied ‘Open Akkers’ (uit rapport Evaluatie Leefgebieden provincie Groningen). © Rein Hofman

Aantal paren kieviten in de Noordoostpolder in 2011-2021, apart voor telpunten binnen en buiten beheerclusters (uit rapport Effect van Beheerclusters in Flevoland).

Samenhang tussen aantal veldleeuweriken op MAS-punten in Groningen en een selectie van habitatkenmerken (uit Evaluatiestudie Leefgebieden Groningen). © Wilma Hoogenhuizen

In Groningen hebben we dit jaar, samen met Sovon, het (akkervogel-)leefgebiedenbeleid geëvalueerd, waarbij o.a. trends zijn vergeleken binnen en buiten leefgebieden, en waarvoor de MAS-gegevens zijn gekoppeld aan gewas- en habitatkenmerken en natuurbeheermaatregelen, om te onderzoeken in hoeverre agrarisch natuurbeheer tot nu toe effectief is geweest. Daarnaast zijn voor het Actieplan Akkervogels MAS-gegevens ingezet om de verspreiding van akkervogels in kaart te brengen en het effect van de beheerclusters te onderzoeken. Wat verder van huis, zijn vergelijkbare analyses uitgevoerd met MAS-data uit Vlaanderen, waar men ook graag wil weten hoe aantallen en trends samenhangen met agrarisch natuurbeheer en het landschap. Kortom, onze telinspanningen werpen hun vruchten af, en dankzij alle vrijwillige tellers kunnen we gedegen analyses doen die nut hebben.

Het belang van de tellingen wordt hiermee goed zichtbaar. Daarom:

  • als je via ons al akkervogels telt blijf als het kan dan tellen want de langjarige reeksen zijn zeer waardevol
  • als je nog niet telt en je wil ook een steentje bijdrage meld je dan vooral bij ons aan! We hebben in allerlei provincies en regio’s nog beschikbare telplekken. Bijvoorbeeld rondom Finsterwolde waar iemand wegens verhuizing na 12 jaar tellen helaas moest stoppen met zijn 25 telpunten. Iets voor jou?

Om aan te melden of voor meer informatie mail info@grauwekiekendief.nl of bel Madeleine Postma +31 (0)6 29 26 99 78.

MAS ervaringen door Harm Jan Kiewiet

Naast mijn administratieve werk voor GKA tel ik in de Haarlemmermeer e.o. een aantal MAS-punten. Deze maken onderdeel uit van onze opdracht voor de provincie Noord-Holland. Het is heel bijzonder om in de Haarlemmermeer rond te rijden. Er is een enorme bedrijvigheid, met name door de aanwezigheid van Schiphol. Overal staan loodsen en schuren waarin verscheidene werkzaamheden plaatsvinden of waarin kantoren gevestigd zijn.

Er zijn parkeerplaatsen in weilanden voor alle Schiphol-gangers, er zijn caravanopslagen en diverse dorpen en snelwegen en spoorlijnen. Maar er is ook nog aardig wat boerenland, soms totaal ingeklemd door de oprukkende bebouwing. Dat boerenland is redelijk divers. Bollenvelden, pioenrozen, aardappels, graan. En soms een mooie oase zoals landgoed de Olmenhorst met zijn boomgaarden. Door Corona is het vliegverkeer de afgelopen twee jaren veel minder dan voorheen. Dat maakt het tellen in de Haarlemmermeer wel een stuk leuker. Misschien zijn er wel net zoveel vogels als voorheen (ik tel hier vanaf het begin van de pandemie). Maar door het gebrek aan vliegtuigen en het bijbehorende lawaai, kun je ze in ieder geval heel goed horen.

Wat mij de afgelopen jaren ook opviel, is de aanwezigheid van veldleeuweriken en gele kwikstaarten. Die had ik hier niet zo 1, 2, 3 verwacht. In heel veel van mijn telpunten zie en hoor ik ze. Dat geldt trouwens ook voor hazen (weliswaar geen vogel, maar MAS-technisch gezien wel interessant). Blauwborsten zijn behoorlijk afwezig, terwijl ik die in het Groningse boerenland behoorlijk veel tegenkom. Bruine Kiekendieven zie ik ook wel. De mooiste waarneming van 2021 was een patrijs die opvloog uit een pioenrozenveld. Ook een paartje kleine plevier dat in nog zanderig bollenveld zat, was erg leuk. En zelfs de exoot halsbandparkiet kon ik een paar maal noteren.

Ik ben heel benieuwd hoe de tellingen van 2022 er uit gaan zien. Wat voor effect bijvoorbeeld een toename van het vliegverkeer heeft. En welke nieuwe punten ik nu bij langs moet. Het is vaak een hele uitdaging om er te komen, door de wirwar van (spoor)wegen, watergangen e.d. Vaak weet ook niemand van wie het land precies is waar je moet tellen. En als je al iemand treft, dan is die heel geïnteresseerd in hetgeen we doen.