Waar de veldleeuwerik weer kwinkeleert
Onze visie op landbouw in Nederland
Onze visie op landbouw in Nederland
Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels pleit voor een toekomstbestendige landbouw, waarin productie, biodiversiteit, milieu en landschap in balans zijn. In dit toekomstbeeld verdienen akkerbouwers een goed inkomen in een cultuurlandschap met hoge natuurwaarden – een landschap dat welzijn brengt voor mens en dier.
Toekomstbestendige landbouw
Boeren hebben de sleutel in handen voor de vier grote uitdagingen waar de landbouw zich momenteel voor gesteld ziet staan: het verbeteren van de waterkwaliteit, de bodemkwaliteit, het biodiversiteitsherstel en het klimaatbestendig maken van de landbouw zelf. Deze verscheidenheid aan opgaven vraagt om een integrale aanpak, waarbij de problemen niet apart maar juist in samenhang worden opgelost. Deze toekomstbestendige landbouw betekent maximaal gebruik maken van de efficiëntie van het (eco)systeem in plaats van het maximaliseren van de opbrengst. Bij de systeemverandering die hiervoor nodig is wordt natuur volledig geïntegreerd in het agrarische bedrijf, en niet beperkt tot lokale maatregelen als akkerranden of vogelakkers. Onze visie is gebaseerd op praktijkervaringen van innovatieve boeren, recente pilots en wetenschappelijk onderzoek verspreid over Nederland en daarbuiten. We schetsen de contouren van toekomstbestendige landbouw aan de hand van drie bouwstenen en vier randvoorwaarden.
De drie bouwstenen van toekomstbestendige landbouw
1. Gezonde bodem
Een gezonde bodem vormt de basis. Een rijk bodemleven is essentieel voor natuurlijke nutriëntencycli, structuurverbetering en plaagonderdrukking. Minimale bodembewerking helpt de bodemstructuur en het bodemleven te herstellen en in stand te houden. Niet-kerende grondbewerking of ondiep ploegen voorkomt erosie en verstoring van schimmeldraden. Ook het beperken van verdichting draagt daaraan bij, door geen zware machines te gebruiken. Een jaarronde bedekking met in de winter stoppelresten en groenbemesters voorkomt uitspoeling van nutriënten en verlies van bodemleven. Bemesting is van lokale en organische oorsprong en de hoeveelheid is in balans met wat de bodem aankan. Bodembeheer is een kwestie van lange adem, maar resulteert uiteindelijk in een robuuster landbouwsysteem met stabielere opbrengsten en verbeterde klimaatbestendigheid.
2. Gevarieerd extensief bouwplan
Veel huidige problemen in de landbouw zijn terug te voeren op intensieve, eenzijdige bouwplannen. Wij pleiten voor een extensivering en diversificatie van het bouwplan, waarin granen en vlinderbloemigen de belangrijkste bouwstenen zijn. Een divers bouwplan brengt tal van voordelen: hogere bodemkwaliteit, minder ziekte- en plaagdruk, betere waterregulatie, en hogere biodiversiteit. Ook braaklegging – rustjaren waarbij geen gewassen worden geteeld – draagt bij aan de ecologische balans en is gunstig voor muizenpopulaties, essentiële prooien voor roofvogels en uilen. Een gevarieerd bouwplan is daarmee zowel landbouwkundig als ecologisch het beste uitgangspunt.
3. Netwerkvan semi-natuurlijke habitats
Een kenmerk van toekomstbestendige landbouw is de aanwezigheid van een fijnmazig netwerk van (semi-)natuurlijke landschapselementen: akkerranden, slootkanten, bermen, dijken, heggen, overhoekjes en struweel. Deze worden ecologisch beheerd met een extensieve maai- of begraasfrequentie. Deze habitats bieden voedsel, nest- en overwinteringsmogelijkheden voor insecten en akkervogels. Zij vormen bronpopulaties voor soorten die ecosysteemdiensten leveren zoals bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. Zo verbindt landschapsstructuur de landbouwproductie met biodiversiteitsherstel.
Vier randvoorwaarden voor succesvolle toekomstbestendige landbouw
1. Verdienmodel
Op een extensieve manier landbouw bedrijven betekent in eerste instantie vaak lagere opbrengsten per hectare. Sommige kosten (zoals voor bestrijdingsmiddelen) dalen, andere stijgen. Onder de streep is er kans dat de boer minder verdient, maar er zijn talloze oplossingen denkbaar, zoals betaling voor ecosysteemdiensten, true pricing (milieu- en biodiversiteitskosten verdisconteren in de marktprijs) en extra grond voor extensieve bedrijfsvoering. Ook vermarkting van de producten met meerwaarde (lokaal) is een voor de hand liggende oplossing.
2. Kringlooplandbouw
Een akkerbouwsysteem is idealiter onderdeel van een gemengd bedrijf. Uitruil van voedergewassen tegen vaste mest en inzet van graasdieren voor landschapsbeheer maken een gesloten kringloop mogelijk. Maaigewassen zoals luzerne zijn prima voedergewassen, en vormen een belangrijk onderdeel in de door ons gewenste akkerbouw. Hierbij geldt: een grondgebonden systeem werkt alleen met aanzienlijk minder vee. De huidige intensieve veehouderij, afhankelijk van import van soja en krachtvoer, is hiermee onverenigbaar.
3. Kennisontwikkeling en samenwerking
Toekomstbestendige landbouw vereist blijvende kennisvergaring en kennisdeling: over gewascombinaties, vruchtwisseling en ecologische interacties. Wij investeren daarom in samenwerking tussen boeren en onderzoekers. Pilots en demonstratieprojecten op een robuust schaalniveau zijn nodig om het systeem in de praktijk te testen en optimaliseren.
4. Lokale maatwerkoplossingen
Geen gebied is hetzelfde. Bodemtype, waterhuishouding, landschap en gebiedseigen natuur bepalen de invulling van het systeem. De ideale aanpak kan het beste gebiedsspecifiek worden uitgewerkt, met praktische toepassingen die passen bij het karakter van het gebied en bij de soorten die daar leven. De lokale bevolking is in dit verhaal trots op haar akkernatuur, erkent de waarde van duurzame landbouwpraktijken, en weet buitenstaanders te verleiden tot genot en beleving van het landschap.
Tot slot
Voor Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels is deze visie geen dromerij, maar een praktische route naar een veerkrachtige landbouw én een rijker platteland. Met een goed doordacht bouwplan, zorg voor bodem en landschap, en passende randvoorwaarden voor boeren, zijn wij ervan overtuigd dat de akkerbouw kan transformeren tot een duurzaam en gezond systeem voor mens en dier.
Foto’s: Peter Harry Mulder (Landbouw); Annemarie Loof (Veldleeuwerik)
