Door dieetonderzoek zijn we onder andere te weten gekomen dat grauwe kiekendieven tijdens het broedseizoen in Nederland sterk afhankelijk zijn van veldmuizen. Maar we zien ook grote variatie tussen jaren, waarbij er in ‘slechte’ muizenjaren veel alternatieve prooien worden aangetroffen, zoals zangvogels en insecten (sprinkhanen, libellen en kevers). Voedselbeschikbaarheid heeft grote invloed op het broedsucces, en daarom is het belangrijk om te weten wat de kiekendieven precies eten in hun leefgebied.
Het dieet van kiekendieven wordt systematisch onderzocht aan de hand van prooiresten en braakballen, zowel van oudervogels als van de jongen. Bij overwinterende bruine en blauwe kiekendieven verzamelen we braakballen op slaapplaatsen.
De prooisoorten worden gedetermineerd met hulp van vrijwilligers, deels op speciaal hiervoor georganiseerde pluisavonden.


