Watergangen, zoals een beek, kanaal of sloot, vormen voor veel vogelsoorten een plek om te broeden en te foerageren. De waterschappen en aanliggende grondgebruikers voeren in Nederland het beheer over deze watergangen. In totaal gaat het om tienduizenden kilometers.
Om de watergangen open te houden wordt periodiek gemaaid, een ingreep met grote consequenties voor de aanwezige dieren en planten. Om de impact te verzachten dwingt de Wet Natuurbescherming de waterschappen tot een zorgplicht. Onderdeel van deze zorgplicht is het werken volgens een gedragscode. De gedragscode omvat natuurvriendelijk oeverbeheer maar kan ook bestaan uit het voorlopen van watergangen waarbij nesten worden opgezocht en gespaard.
In opdracht van waterschappen in Groningen en Drenthe hebben we de effectiviteit van beide methodes onderzocht. Voorlopen bleek weinig efficiënt en niet het gewenste resultaat op te leveren. Een natuurvriendelijker watergangbeheer is te prefereren, waarbij later en minder frequent wordt gemaaid. Hiervan profiteren uiteindelijk de meeste broedvogels.


