Wulpenkuikens in Drenthe

door stagiaire Annemarie Loof

Ik ben Annemarie Loof, stagiaire bij Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels en studente Diermanagement aan het Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Tijdens deze oriëntatiestage van vijf maanden loop ik mee met het onderzoek naar het broedsucces van wulpen op boerenland en kijken we in het bijzonder naar de overleving van gezenderde kuikens. In geheel Drenthe worden wulpenparen gevolgd, ik neem daarbij verschillende gebieden rondom Emmen voor mijn rekening. De gevonden nesten worden beschermd door er een stroomraster omheen te plaatsen. Wanneer de oudervogels deze bescherming accepteren wordt het nest als ‘beschermd’ geregistreerd. Tegen de tijd dat we verwachten dat eieren uitkomen, wordt het nest goed in de gaten gehouden en wordt er soms ook gecheckt hoever de eieren al zijn. Zo lukt het vaak om de jongen op hun eerste dag in het nest te ringen.

Van elk nest krijgt één jong een zender op de rug, zodat we hem of haar kunnen volgen, wat informatie geeft over habitatgebruik en de groei. Daarnaast krijgen we een beeld van de sterfteoorzaken. Het observeren van wulpenparen vind ik erg leuk en is soms ook erg spannend. Zo was er een wulpenpaar dat ik al een tijdje volgde, maar waarvan ik nog geen nest had kunnen vinden. Toen ik op een vrijdagmiddag, na een observatie van 1½ uur, wilde vertrekken, zag ik opeens het vrouwtje in actie komen. Met grote stappen liep ze doelgericht naar de linkerkant van het perceel. Terwijl ik haar vol spanning volgde met de verrekijker, stopte ze even, keek zeer alert om zich heen, nam nog een paar flinke stappen en plof, weg was ze. Ik zocht gauw een punt dat op dezelfde lijn zat als waar ik haar voor het laatst had gezien, pakte mijn gps en liep recht op haar af. Ik was nog niet halverwege of ze vloog af, al roepend landde ze in het grasland erachter. Voorzichtig liep ik verder en even later vond ik een nest, met één ei. Helemaal gelukkig nam ik het gps-punt, maakte ik een paar foto’s en liep ik terug naar de auto. Het was het derde nest dat ik vond. De – inmiddels drie – eieren zijn nog niet uitgekomen, maar de oudervogels hebben de bescherming geaccepteerd en zitten nog op de eieren (op het moment van schrijven halverwege mei).




Bij andere wulpenparen zijn al wel kleintjes geboren. Op 6 mei ben ik samen met Henk Jan, mijn stagebegeleider, naar het Hunzedal geweest en heb daar voor het eerst wulpjes in mijn handen gehad. Drie eieren waren al uitgekomen en het vierde jong liet zich goed horen vanuit het ei. Nadat Henk Jan de snavellengtes had gemeten en de wulpjes had gewogen, was het aan mij om dit ook te doen. De snaveltjes waren ongeveer 19 à 20 mm lang en het zwaarste wulpje woog 59 gram. Eén van de wulpjes werd voorzien van een zender en inmiddels heb ik dit zenderjong alweer twee keer teruggevonden. Inmiddels weegt hij of zij bijna 100 gram en is de snavel 26 mm. Tijdens het veldwerk heb ik weleens een geluksmomentje, waarbij een wulp zich bijvoorbeeld heel mooi laat zien. Soms blijft de broedende ouder heel lang op het nest zitten en kan je van heel dichtbij foto’s maken! Vrijwel altijd gaat mijn camera mee en elke dag leer ik van alles bij over veldonderzoek en het gedrag van wulpen. Het doel van dit onderzoek is dat er inzicht verkregen wordt in de wulpenstand in Drenthe en of het mogelijk is om de (snelle) afname van de wulpenpopulatie tegen te gaan. Ook geven de data van dit onderzoek meer inzicht in het foerageergedrag, de ontwikkeling, overleving en sterfte van wulpenkuikens. Gelukkig duurt mijn stage nog tot begin juli en hoop ik een aantal wulpenjongen vliegvlug te zien worden. Naast het wulpenonderzoek ben ik zelf bezig met een onderzoek naar de effectiviteit van wildverjagers op het uitkomstsucces van weidevogellegsels. Wanneer duidelijk wordt dat het plaatsen van wildverjagers een positief effect heeft op de hoeveelheid eieren die uitkomen, kan deze beschermingsmethode vaker worden toegepast.

door Annemarie Loof