PUNTTELLINGEN (MAS)

Belang van agrarisch gebied voor biodiversiteit

Bij het tellen van vogels gaan de gedachten vaak eerst uit naar vogelrijke natuurgebieden. Vaak vergeet men dat wereldwijd bijna 40% van het landoppervlak wordt gebruikt voor landbouwactiviteiten, in Nederland is dat zelfs 54%. Wanneer het slecht gaat met de biodiversiteit in het agrarisch gebied heeft dat een enorme impact op de totale biodiversiteit. Het is daarom belangrijk dat natuur in agrarisch gebied goed wordt gemonitord, niet alleen om de trends zichtbaar te maken of om de urgentie van het probleem te onderbouwen, maar ook om effecten van natuurbeheer in agrarisch gebied te laten zien. Dit kan sturend zijn in de ontwikkeling van de landbouwpolitiek in Nederland en daarbuiten.

Meetnet Agratische Soorten 

Met het monitoringsnetwerk Meetnet Agrarische Soorten, oftewel MAS, breng je eenvoudig dichtheden en verspreiding van broedvogels in kaart. Deze kennis is hard nodig om de ontwikkelingen van biodiversiteit in akkerbouwgebieden te volgen. De punttelmethode is geschikt voor open en halfopen landschappen zoals akkers, graslanden, heidevelden en kwelders. Provincies gebruiken deze gegevens om akkervogelkerngebieden te begrenzen, gebieden waar akkervogels de beste kansen hebben, en om beleid bij te sturen. Ook wordt er met de telgegevens verdiepend soortonderzoek gedaan. Omdat van elk telpunt bekend is welke gewassen en beheerpakketten er door boeren zijn aangelegd (bijv. kruidenrijke akkerranden) kunnen analyses op gebiedsniveau worden uitgevoerd die inzicht geven in de relatie tussen vogelaantallen en grondgebruik. In haar proefschrift toonde Marije Kuiper (Wageningen Universiteit) aan dat akkerranden een positieve invloed hebben op onder andere aantallen blauwborsten en kwartels. Effectiviteit van natuurbeheer in grootschalig agrarisch gebied kan zo worden getoetst en verbeterd.

Tel mee

Iedereen die de algemene broedvogels van het agrarisch gebied kent kan meedoen met de monitoring van akkervogels en kan zo bijdragen aan de kennis van de ontwikkeling van de stand van akkervogels. Het tellen gebeurt met een punttelmethode. Punttellen heeft als voordelen dat 1) het tellen per punt weinig tijd in beslag neemt waardoor een groot gebied bestreken kan worden, 2) er vanaf een vast punt geteld wordt, waardoor gewassen niet doorkruist hoeven te worden en 3) de telmethode relatief eenvoudig is en voor iedereen te leren.

Mail popko.wiersma@grauwekiekendief.nl of bel +31 (0) 6 50 50 66 84 voor meer informatie en/of om aan te melden. Je kunt ook de Handleiding voor het Meetnet Agrarische Soorten (MAS) lezen om meer te weten te komen over de methode.

Lees ook het natuurbericht Vrijwilligers zetten akkervogels op de kaart.